Hoe moet je installatie speakers aansluiten?

Bij installatie speakers is het aansluiten hetzelfde principe als bij normale speakers: plus op plus en min op min. Sluit dus rood op rood en zwart op zwart. Dat zorgt ervoor dat al je inbouwspeakers dezelfde kant op bewegen, waardoor het geluid voller klinkt en de bas strak blijft.

Stappen

  • Zet de versterker uit en haal de stekker uit het stopcontact.
  • Trek de luidsprekerkabel naar de plek van de installatie speaker en laat genoeg lengte over om makkelijk te werken.
  • Strip ongeveer 8 tot 12 millimeter isolatie van beide aders en draai de koperen draadjes netjes samen.
  • Sluit de rode ader aan op de + aansluiting van de speaker en de zwarte ader op de - aansluiting. Bij klemmen druk je het clipje in, bij schroefklemmen draai je vast.
  • Herhaal dit voor alle speakers en controleer of je links en rechts goed hebt aangesloten als je in stereo werkt.
  • Zet de versterker weer aan en test eerst op laag volume.

Praktische tips

  • Houd altijd dezelfde polariteit aan. Als één speaker omgekeerd zit, krijg je minder bas en een rommelig geluidsbeeld.
  • Label je kabels per ruimte of per kanaal. Dat scheelt gedoe als je meerdere installatie speakers aansluit.
  • Gebruik de juiste kabeldikte. Voor korte afstanden is 1,5 vierkante millimeter vaak prima. Bij langere kabelroutes is 2,5 vierkante millimeter een veiligere keuze.
  • Werk je met veel speakers in een winkel of horecazaak? Dan is een 100 volt systeem vaak handiger dan laagohmig aansluiten.
  • Houd luidsprekerkabels bij voorkeur uit de buurt van stroomkabels om brom of storing te verminderen.
  • Voorkom kortsluiting. Zorg dat losse draadjes van plus en min elkaar niet raken.

Wanneer hulp inschakelen

Twijfel je over de juiste versterker, het aantal speakers of het type aansluiting zoals 100 volt of laagohmig? Dan is het slim om even advies te vragen. Zo weet je zeker dat je installatie speakers veilig werken en het geluid eruit haalt dat je zoekt.

Chatten